'Zorg voor de Toekomst'
Noord- en Oost-Groningen
De presentaties Regiegroep Zorg voor de Toekomst Noord- en Oost Groningen van 26 februari 2013
5 tips voor het succesvol toepassen van eHealth
Er is een inventarisatie van 53 projecten gemaakt door de Rijksuniversiteit Groningen, faculteit Economie & Bedrijfskunde. De 53 projecten zijn nader verkend door de RUG. Uit deze verkenning zijn een 5-tal tips naar voren gekomen die bijdragen aan het succesvol toepassen van eHealth. De 5 tips zijn te vinden in de onderstaande presentatie:
Het Zorg voor de Toekomst boekje is klaar. Het boekje geeft inzicht in de huidige stand van zaken van het programma en in alle activiteiten die de afgelopen 2.5 jaar zijn ondernomen.
Het boekje wordt op 1 november op de website geplaatst.
Vanuit het masterplan 'Zorg voor de Toekomst Noord- en Oost-Groningen' is een overzicht opgesteld van Noord-Nederlandse ICT-(pilot)projecten 'Wonen & Zorg'. De projecten zijn allen uitgevoerd in het jaar 2008-2011.
Via het overzicht kunnen partijen elkaar eenvoudig vinden, zodat kennis kan worden uitgewisseld en zodat men van elkaars projecten kan leren.
Het overzicht bevat momenteel +- 50 projecten.
Het overzicht is gerealiseerd in samenwerking met de volgende partijen:
Staat uw project er niet bij? Neem dan contact op met Aafke Scharft, zodat wij ook uw project aan het overzicht kunnen toevoegen.
Hieronder vindt u de presentaties die gegeven zijn tijdens de bijeenkomst op 12 juli 2012 - 'De participatieve benadering binnen preventief gezondheidsonderzoek'
Ontbijt
Uitnodiging voor leefstijlprofessionals
Een boeiende ontbijtsessie & inspirerende ontmoetingen 27 augustus in Drenthe, 10 september in Friesland en 24 september in Groningen van 08.00 tot 10.00 uur. Want tijdens dit ontbijt heb je uitgebreid de tijd om kennis te maken met je leefstijlcollega’s uit de provincie, vertellen we meer over het nut, de noodzaak en het plezier om als zelfstandig professional krachten te bundelen in een multidisciplinair leefstijlnetwerk en waarom het continu blijven werken aan je kennis en kunde zo belangrijk is. Als klap op de vuurpijl krijg je een speedworkshop over Sociale Marketing, met recht trending topic op dit moment. Want: hoe krijgen we nu eigenlijk collectief probleemgedrag veranderd?
| Wat | Ontbijtsessie |
|---|---|
| Wanneer |
27-08-2012 08:00 tot 24-09-2012 10:00 |
| Waar | STAMM, Eemland 5b, Assen; Abe Lenstra, Boulevard 21, Heerenveen; De Gasfabriek, Kolendrift 11/1, Groningen |
LET OP: er zijn 3 ontbijtsessies:
Drentse ontbijtsessie op 27 augustus
Friese ontbijtsessie op 10 september
Groningse ontbijtsessie op 24 september
Doelgroep: leefstijlprofessionals: Fysiotherapeuten, diëtisten, psychologen, gewichtsconsulenten, leefstijladviseurs, sportcoaches…kortom, alle professionals die zich bezig houden met een gezonde leefstijl zijn van harte welkom!
PROGRAMMA IN HET KORT
08.00 uur Van harte welkom!
Maak kennis met De Leefstijlprofessional - Gerry de Valk en Simone de Best
Maak kennis met De Leefstijlacademie - Anita van der Noord en Janke Reitsma
Maak kennis met Sociale Marketing - Marian van Voorn en Pleuni Boelaars
En tussendoor volop tijd en ruimte om te ontbijten & te netwerken
10.00 uur Afronding
Sociale Marketing: ik wil gedrag veranderen, maar hoe doe ik dat?
Een leefstijlprofessional zal zichzelf regelmatig die vraag stellen. Want werken voor mensen die iets willen veranderen in hun leefstijl, betekent dat je als professional ook kijkt naar het gedrag van deze persoon. Mensen enthousiast maken voor een gezonde leefstijl is uitdagend en lastig tegelijk. Bovendien gaat het eigenlijk iedereen in meer of mindere mate aan. Of je nou ziek of gezond bent, dun of dik, veel beweegt of juist niet.
Is er nu eigenlijk een methode om collectief probleemgedrag – want daar kunnen we toch wel over spreken als we het hebben over de leefstijlgewoonten van een heleboel Nederlanders – op een positieve manier te beïnvloeden? Volgens ervaringsdeskundigen in Groot Brittannië, de Verenigde Staten en India valt niet te twijfelen aan de positieve effecten van Sociale Marketing op maatschappelijke vraagstukken.
Medewerkers in de sectoren dienstverlening, zorg en welzijn laten zich in toenemende mate voorlichten over deze succesvolle methodiek. Sociale Marketing combineert technieken uit de gedragswetenschappen en commerciële marketing. Met de hiermee verworven kennis wordt op een gestructureerde manier stap voor stap inzicht gegeven in de wijze waarop duurzame gedragsverandering tot stand kan worden gebracht. Door uit te gaan van het probleemgedrag wordt duidelijk wat een groep beweegt tot een ongewenst gedrag. Op deze wijze zijn met marketing‐ en gedragstheorieën groepen geleidelijk op een positieve manier te beïnvloeden. Een ander belangrijk uitgangspunt is dat de aanpak leuk moet zijn. Merken als Coca Cola of Apple verkopen hun producten niet als deze niet ook aantrekkelijk zijn gemaakt.
Tijdens deze ontbijtsessie voor leefstijlprofessionals maak je kort en krachtig kennis met Sociale Marketing. Niet omdat we denken dat hamburgers of I‐Phones verkopen hetzelfde is als het veranderen van de leefstijl van mensen. Wel omdat we denken dat je hiermee in je dagelijkse werk als leefstijlprofessional je voordeel kunt doen omdat je als professional altijd gaat voor het beste resultaat.
Marian van Voorn en Pleuni Boelaars werken allebei bij STAMM en hebben de studie Social Marketing in Groot Brittanie gevolgd en afgerond. Ze zijn ervaren docenten en ervaringsdeskundig in het toepassen van Sociale Marketing.
Reserveer nu alvast jouw plaats
We stellen je graag in de gelegenheid om deel te nemen aan deze ontbijtsessie. Voor slechts € 19,95 (ex BTW) kun je er bij zijn. Dit is uiteraard inclusief het ontbijt. Wees er snel bij, want er is plaats voor maximaal 30 personen per ontbijtsessie.
Reserveer nu jouw plaats voor de ontbijtsessie!
Het eBook 'Thuistechnologie' staat online:
Klik hier voor het eBook 'Thuistechnologie'
De factsheets van de verschillende actielijnen staan online. Kijk onder de actielijn 'Meten is weten' voor meer informatie.
In het kader van de actielijn 'Leefstijlinterventies & preventie' heeft Nightcity.tv in opdracht van het masterplan 'Zorg voor de Toekomst' een korte film gemaakt over de visie van jongeren in Oldambt op een gezonde leefstijl en op hun eigen leefstijl.
Het filmpje is te vinden via de volgende link:
De Raad van Toezicht van de Ommelander Ziekenhuis Groep (OZG), met locaties in Delfzijl en Winschoten, heeft de heer dr. A.S.M. Koeleman benoemd tot voorzitter van de Raad van Bestuur. De heer Koeleman treedt begin oktober in dienst.
De heer Koeleman (1955) is afgestudeerd in de Medische Fysica aan de Vrije Universiteit in Amsterdam en promoveerde in 1992 op het onderwerp ‘Beat-to-beat analysis of electrical cardiac events’. Hij is sinds 2007 werkzaam als plaatsvervangend Secretaris Generaal bij het Ministerie van Financiën. Voordat hij de overstap naar het ministerie maakte, was hij als algemeen directeur werkzaam bij het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) te Rijswijk.
Eerder werkte hij onder andere bij het Rijksinstituut voor de Volksgezondheid (RIVM) in Bilthoven en de Stichting Samenwerking Delftse Ziekenhuizen (SSDZ) in Delft.
Albert Koeleman is gehuwd en heeft drie kinderen.
“In mijn loopbaan heb ik de gezondheidszorg van verschillende kanten leren kennen”, aldus de heer Koeleman. “Ik heb weloverwogen voor deze functie gekozen omdat ik de gezondheidszorg ervaar als een boeiende, uitdagende en inspirerende omgeving om in te werken.
Ik kijk met veel enthousiasme uit naar deze functie en ga mij volledig inzetten voor de OZG en de gezondheidszorg in Oost-Groningen.”
Op de website www.woontechniekhulp.nl kunt u een overzicht vinden van technische mogelijkheden/ applicaties die zelfstandig wonen gemakkelijker maken. De website geeft antwoord op de volgende vragen:
- Wat is woontechniek?
- Welke technische toepassingen zijn er geschikt voor welke situatie?
- Wat zijn de kosten?
- Waar is de technologie te koop?
- Wie installeert de toepassingen?
Neem dus snel een kijkje op de volgende website voor een overzicht van alle mogelijkheden rondom woontechniek:
Geef jij jouw kind het goede voorbeeld? Doe de test op:
De Ommelander Ziekenhuis Groep (OZG) heeft bij de gemeente Oldambt om een wijziging van het bestemmingsplan gevraagd voor de bouw van een nieuw ziekenhuis op de locatie Scheemda West. Dit ziekenhuis komt in de plaats van het huidige gebouw aan de Gassingel in Winschoten. Hiermee ziet de OZG voorlopig af van de locatie Zuidbroek. De voorkeur gaat nog wel steeds uit naar deze locatie, maar de provincie Groningen geeft hiervoor geen toestemming. Om ervoor te zorgen dat de continuïteit van de zorg in Noord- en Oost-Groningen niet in gevaar komt, heeft de OZG moeten kiezen voor Scheemda West.
Volgens het Provinciaal Omgevingsplan mogen ziekenhuizen niet gebouwd worden in het buitengebied. De provincie kan echter besluiten ontheffing te verlenen. In februari van dit jaar besloot de provincie echter de locatie Zuidbroek niet toe te staan, vanwege het economisch belang dat het ziekenhuis heeft voor de gemeente Oldambt. Daarbij gaven provinciale staten ook aan dat Scheemda West wel tot de mogelijkheden behoort.
Krap budget
De voorkeur van de OZG gaat uit naar een locatie bij Zuidbroek, met name omdat hier jaarlijks 2,5 miljoen euro op de exploitatiekosten bespaard kan worden. Dit is een zwaarwegend argument in een tijd van steeds krapper wordende budgetten in de ziekenhuiszorg.
Jan Cooijmans, voorzitter van de Raad van Bestuur: “Na het besluit van provinciale staten hebben wij extra onderbouwing van onze financiële overwegingen bij de provincie onder de aandacht gebracht. Ook Menzis heeft in een brief het belang hiervan onderstreept, in navolging van het UMCG, dat dit al eerder had gedaan. Bovendien hebben provinciale staten op 1 juni jl. een motie aangenomen waarin zij hun zorg uiten over de financiële situatie van zowel de OZG als het Refaja Ziekenhuis aan het ministerie en de Tweede Kamer. Concreet wordt in deze motie aangedrongen om bij nieuwe kortingen de twee streekziekenhuizen in Groningen te ontzien. Ik betreur dan ook dat de provincie ondanks al deze ontwikkelingen bij haar standpunt blijft.”
Onder voorbehoud van snelle afhandeling
De OZG heeft het besluit genomen onder voorwaarde dat er niet te veel vertraging mag zijn in de nodige bestemmingsplanprocedures. Eventuele vertraging kan leiden tot een andere waardering van de risico’s en een heroverweging van de locatiekeuze. De nieuwbouw moet over 4-5 jaar klaar zijn, o.a. omdat de OK-accommodaties van de locatie Lucas en de locatie Delfzicht anders te verouderd zijn om te mogen opereren. In brieven aan de gemeente en de provincie heeft de OZG beide overheden dan ook verzocht zich in te zetten voor een snelle afhandeling van de nodige procedures.
Provinciale visie ziekenhuiszorg
Dat er een nieuwe locatie moet komen, is vastgelegd in een provinciale visie voor ziekenhuiszorg in Noordoost-Groningen. Deze visie is bekrachtigd door de provincie, Zorgbelang, Menzis, het Refaja Ziekenhuis en de OZG. Doel van de visie is ervoor te zorgen dat de juiste zorg beschikbaar en bereikbaar blijft voor alle inwoners van deze dunbevolkte regio, die te kampen heeft met bevolkingskrimp. Centraal vertrekpunt van de visie is “dichtbij waar het kan en centraal waar het moet”. Daarbij wordt uitgegaan van minimaal drie locaties; één centrum voor de complexe zorg op een nieuwe locatie aan de A7, met daarnaast twee ziekenhuizen in Delfzijl en Stadskanaal.
Locatie aan de A7
De ziekenhuiszorg ondergaat veranderingen vanwege strengere kwaliteitseisen en bezuinigingen door het ministerie van VWS. De OZG wil het totaalpakket van zorg blijven bieden aan de inwoners van Noord- en Oost-Groningen, maar dit kan alleen door sommige specialismen te clusteren op één locatie. Dit betekent dat patiënten steeds vaker voor ingrijpen naar andere locaties moeten reizen.
Daarom is situering aan de A7 op een locatie die voor Delfzicht, het Refaja Ziekenhuis en samenwerkingspartner het UMCG centraal in de regio ligt, essentieel voor de OZG.
28 juli 2011
Voor vrouwen van middelbare leeftijd met een lage ‘gezonde leefstijlscore’ is het overlijdensrisico net zo groot als voor vrouwen zonder ongezonde gedragingen, maar die 15 jaar ouder zijn. Voor mannen bedraagt dit ‘verouderingseffect’ circa 8,5 jaar. Dit blijkt uit een studie waarin een gecombineerde leefstijlscore is gedefinieerd aan de hand van 4 factoren: roken, lichaamsbeweging, voedingspatroon en lichaamsgewicht. De resultaten van dit onderzoek van de Universiteit Maastricht onder ruim 120.000 mensen van 55-69 jaar zijn deze week online gepubliceerd in het American Journal of Clinical Nutrition.
In deze zgn. Nederlandse Cohortstudie (NLCS) zijn bij de deelnemers in 1986 voedingsgewoonten en andere leefgewoonten gemeten. Uit deze gegevens werd een score berekend voor gezonde leefstijl, waarin 4 leefstijlfactoren werden gecombineerd: niet roken, meer dan 30 minuten per dag bewegen, een Mediterraan voedingspatroon en een gezond gewicht (BMI tussen 18,5 en 25). Een traditioneel Mediterraan voedingspatroon kenmerkt zich door een hoge inname van groenten, fruit, peulvruchten, noten, vis, volkoren graanproducten, enkelvoudig onverzadigd vet in plaats van verzadigd vet, een lage inname van vlees en een alcoholconsumptie van gemiddeld 0,5-2 glazen per dag. Sinds 1986 is de sterfte onder de NLCS-deelnemers gemeten, en is de relatie tussen leefstijl en sterfte geanalyseerd.
Onderzoeker Prof. Piet van den Brandt (hoogleraar Epidemiologie aan de Universiteit Maastricht): “Er zijn maar weinig onderzoeken in de wereld waarbij op deze manier de impact van een combinatie van meerdere leefstijlfactoren op sterfte in kaart is gebracht. Dit onderzoek toont aan dat met een gezonde levensstijl een aanzienlijke gezondheidswinst is te behalen. Niet alleen bleek het risico om te overlijden sterk af te hangen van de gezonde leefstijlscore, maar de grootste verlaging van vroegtijdige sterfte door een gezonde leefstijl was te zien bij mensen met een lage of middelbare opleiding. Verder waren de effecten van Mediterrane voeding duidelijker te zien bij vrouwen dan bij mannen. Van de voedingsfactoren binnen het Mediterrane voedingspatroon bleken noten, groenten en alcohol het duidelijkst gerelateerd aan sterftereductie.”
De Nederlandse Cohortstudie is in 1986 opgezet door onderzoekers van de afdeling Epidemiologie van de Universiteit Maastricht en TNO Kwaliteit van Leven. De studie loopt nog steeds, leverde een schat aan gegevens op, en heeft de afgelopen tientallen jaren al tot vele nieuwe inzichten geleid over voeding en andere leefstijlfactoren en hun invloed op kanker en sterfte.
Ouders die fysiek actief zijn hebben vaak ook fysiek actieve kleuters. Dat blijkt uit een onderzoek van een masterstudente Gezondheidsvoorlichting- en Bevordering van de Universiteit Gent.
Charlene Veldeman deed haar onderzoek met een versnellingsmeter bij 135 Vlaamse kleuters en hun moeder gedurende zeven dagen. Ook moesten de ouders vragen beantwoorden over hun bewegings- en sportgedrag.
Het onderzoek toont aan dat kleuters (vooral meisjes) dagelijks tot 87% van hun tijd zittend doorbrengen, 6% licht fysieke activiteit uitvoeren en 7% matig tot intense fysieke activiteit. De fysieke activiteit van de ouders heeft daar een belangrijke invloed op. Als de vader een sport beoefenden, deden jongens meer aan matig-tot-intense fysieke activiteiten. Bij meisjes is dat niet het geval. Als de vader meer in de zetel naar tv kijkt, dan zijn de kleuters minder fysiek actief.
Veldeman: "De resultaten wijzen erop dat inspanningen om kleuters meer te doen bewegen, ook ouders moeten betrekken. Bovendien moeten inspanningen zich richten naar de ruime fysieke activiteit, vooral om de bewegingsrichtlijn te behalen", aldus de studente. Die bewegingsrichtlijn van dagelijks 120 minuten licht-tot-intens fysieke activiteit wordt slechts door 17% van de kleuters behaald.
Bron: http://www.gva.be/nieuws/wetenschap/aid1064318/luiheid-kleuters-afhankelijk-van-ouders.aspx
WINSCHOTEN - De gemeente Oldambt presenteerde woensdagmiddag de plannen voor het behoud van ziekenhuiszorg in Winschoten.
Oldambt probeert daarmee tegenwicht te bieden aan de Ommelander Ziekenhuisgroep die het ziekenhuis in Winschoten wil sluiten. Ook een plan waarin de ziekenhuiszorg slechts gedeeltelijk uit de Molenstad verdwijnt is uitgewerkt.
Oldambt wil dat het Lucas Ziekenhuis in het centrum blijft. Opmerkelijk is dat de onderzoeksbureau's die de mogelijkheid daarvan moesten onderzoeken, op eigen initiatief ook een plan uitwerkten waarbij een nieuw ziekenhuis langs de A7 wordt gebouwd. Wel zou er dan voor minder ingewikkelde behandelingen een zogeheten satellietziekenhuis in het centrum moeten blijven. In beide plannen is ook een zorgboulevard opgenomen waarin plaats is voor huisartsen, fysiotherapeuten, een apotheek en een revalidatiecentrum.
De Ommelander Ziekenhuisgroep wil helemaal uit Winschoten weg en zich vestigen langs de A7 in Zuidbroek nabij de Van der Valk locatie. Daar zou de bereikbaarheid veel beter zijn en kan er op zorggebied lucratief worden samengewerkt met het horecaconcern. De directie van de Ommelander Ziekenhuisgroep was, hoewel uitgenodigd, opvallend afwezig bij de presentatie.
Voor een filmpje klik hier
Regiodirecteur Anita Tijsma geeft uitleg over polikliniek in Zorggroep Meander.
Klik hier voor het filmpje.
Lentis stelt programmadirecteur eHealth aan: Cid Berger is benoemt tot programmadirecteur eHealth.
Voor meer informatie klik hier
Ouders geven kinderen bij elke gelegenheid iets lekkers, dikke kinderen zijn daardoor eerder regel dan uitzondering. ‘Ook jongens hebben tegenwoordig tietjes.’
Het is weer tijd voor de avondvierdaagse. Ook onze kinderen lopen dit jaar mee. De school laat weten dat de kinderen geen eten of drinken hoeven mee te nemen; daar wordt voor gezorgd. Maar na de eerste avond vraagt mijn zoontje al om snoep. Iedereen neemt snoep mee.
Tevens bereidt hij mij vast voor op de laatste avond; dan verrassen ouders hun kinderen met een zelfgemaakte snoepketting. ‘Dat is traditie’ zegt hij veelbetekend. Maar ik kende deze ‘traditie’ al.
Vorig jaar klaagde een vriendin over de vreetvierdaagse. Haar kinderen liepen elke avond braaf tien kilometer wat zeker voor haar mollige zoontje een hele prestatie was. Toen ze bij de finish klaar stond met een bosje bloemen, kwamen haar kinderen zwaar beladen over de streep. Met snoep welteverstaan.
Sjerp
Ouders van vriendjes en vriendinnetjes hadden hun kinderen omhangen met flinke snoepkettingen die als een sjerp over de kinderbuikjes bungelden. Alsof alle verbruikte calorieën weer hoognodig moesten worden aangevuld.
Wat is dat toch dat bij elke gelegenheid of inspanning kinderen iets lekkers moeten krijgen? Als ik op zaterdag boodschappen doe met mijn kinderen, scharrelen ze een complete maaltijd bij elkaar. De bakker geeft hun een krentenbol, de slager maakt ze blij met een flink stuk leverworst en de groentenkraam geeft hun steevast een banaan. Dat is nog redelijk gezond, dus vooruit.
Maar als ik tegenwoordig mijn auto laat wassen, krijg ik naast een kassabon twee plaklollies voor mijn kinderen die al joelend op de achterbank zitten. Ook de kapper, het restaurant of welke dienstverlener dan ook heeft altijd iets lekkers op de toonbank voor de kleine gasten. Bij de speelgoedwinkel krijgen ze tegenwoordig zelfs een goody bag mee vol schreeuwerige reclame en nieuwe producten als dikke chocoladekoeken en mierzoete drankjes die chemisch ruiken.
Bijvoeren
Maar het is niet alleen de middenstand die mijn kinderen ongevraagd bijvoert. Mijn dochter zat een blauwe maandag op softbal. Opgetogen kwam zij terug van een toernooi. Niet omdat ze als winnaar uit de strijd was gekomen maar ze had een broodje kroket en een magnum gekregen. Van de trainer.
Ook na een tennistraining staan limonade en een plak koek klaar. Blijkbaar moet elke inspanning beloond worden met iets lekkers. Zouden kinderen anders niet meer willen sporten?
Een ander fenomeen is het snoepbuffet. Op menig feestje worden kinderen tegenwoordig onthaald op een compleet buffet met schalen vol spekjes, chips, gebakjes of wat dan ook. Onbeperkt mag iedereen graaien totdat ze spuugmisselijk zijn. Tijdens schoolreisjes wordt ouders ontraden om hun kinderen veel snoep mee te geven. Toch stapt de juf ieder jaar weer uit de bus met een krat(!) vol snoep die ze wijselijk heeft achtergehouden. Elke ouder geeft een kind blijkbaar genoeg snoep mee om de hele school te trakteren.
Dat kinderen (en volwassenen) dikker worden, is genoegzaam bekend. In twintig jaar tijd is het aantal kinderen met overgewicht verdubbeld. Inmiddels heeft één op de acht kinderen overgewicht en men vreest dat dit nog zal toenemen. Maar je hoeft geen onderzoeksrapporten te lezen om te weten dat kinderen dikker worden. Een bezoek aan een willekeurig zwembad maakt duidelijk dat cup A al lang niet meer is voorbehouden aan jonge meisjes.
Tietjes
Ook jongens hebben tegenwoordig tietjes en een buik die een volwassen man ook zou misstaan. Jonge kinderen met een zelfgekweekt zwembandje om hun middel, lijken eerder regel dan uitzondering. Dikke kinderen zijn heel gewoon geworden.
Als ouder krijg je via de media genoeg adviezen om te voorkomen dat een kind te dik wordt. Zolang kinderen veel bewegen, niet te lang achter een beeldschermpje zitten, zelf fietsen in plaats van lui in de bakfiets hangen en hooguit vier tussendoortjes per dag krijgen, komt het allemaal wel goed. Maar al deze adviezen hebben weinig zin wanneer deze niet worden opgepakt.
Uit TNO-onderzoek blijkt dat ouders aandacht voor gezond gewicht een goede zaak vinden, maar in de praktijk daar weinig mee doen. Slechts één op de vijf ouders vindt dat kinderen meer moeten bewegen en een kwart wil dat hun kinderen gezonder gaan eten. Zolang ouders en omgeving kinderen niet stimuleren gezond te leven en te bewegen, zetten al die adviezen weinig zoden aan de dijk.
Voorlopig voer ik maar mijn eigen strijd tegen al die overdaad. Met wisselend succes. Wanneer ik heel stoer ‘nee’ zeg tegen het aanbod van een gulle middenstander, word ik zelden geprezen om mijn moed. Integendeel, als een ontaarde moeder verlaat ik snel de winkel met twee jengelende kinderen. Want welke moeder gunt haar kinderen nou niet iets lekkers?
Stamppot
Nog lastiger is het om als ouder andere ouders aan te spreken. Hoe zeg je op een aardige manier dat Pietje wel mag blijven slapen bij zijn beste vriend als hij maar niet weer een hele fles cola en een XXL-zak chips mee naar bed krijgt? Of wat te doen als jouw dochter na een middagje spelen wordt teruggebracht met de mededeling dat ze al bij McDonalds heeft gegeten, terwijl je net zo’n verantwoorde stamppot op het vuur hebt gezet.
Eerlijk gezegd heb ik daar geen antwoord op. Een ander aanspreken op diens opvoeding is een precaire zaak. Zeker wanneer je een kindervriendschap niet op het spel wilt zetten en zelf niet al te zurig wilt overkomen. Heeft de overheid daar geen campagne voor?
Blijft het probleem van de avondvierdaagse. Wat geef ik nu mijn kinderen als beloning op de slotavond? Een bosje pioenrozen uit de tuin, omwikkeld met aluminiumfolie, zoals ik dat vroeger van mijn moeder kreeg? Of wordt het de hoogste tijd dat ik mijzelf eens ‘traditioneel’ ga opstellen?
Bron: Volkskrant
Het project ‘Telemedicine and Personalized Care’ (Telemedicine en gepersonaliseerde zorg) is van start gegaan.
In het kader van het INTERREG-project zullen Nederlandse en Duitse ondernemingen, onderzoeksinstellingen en zorgorganisaties in de periode tot en met mei 2015 negen nieuwe telemedicinetoepassingen tot een marktrijp product ontwikkelen.
Het Zorg Innovatie Forum is één van de leadpartners.
De kleine dorpen op het Noord-Groninger platteland zijn springlevend. Mensen wonen er met plezier en ze zijn gelukkig. Ook ouderen (65+) op het platteland zijn tevreden met hun woonomgeving en niet eenzaam zoals vaak wel wordt gedacht. De directe aanwezigheid van voorzieningen speelt hierbij geen bepalende rol.
Ouderenzorginstelling De Hoven uit Noord-Groningen gaat alle regels afschaffen op drie afdelingen. Het experiment onder de naam ‘Zorg Zonder Regels’ moet een einde maken aan onnodige bureaucratie. Bovendien geeft het bewoners en medewerkers meer ruimte om zelf te bepalen hoe hun dagen eruitzien.
Op de drie afdelingen wordt voor een bepaalde periode de dwingende werking van protocollen, regels, beschreven processen en registraties stopgezet. Doel van het project is het terugdringen van bureaucratie en regelgeving waardoor meer aandacht ontstaat voor de wensen, behoeften en het welbevinden van de ouderen.
Zie voor het volledige artikel:
http://www.zorgvisie.nl/Kwaliteit/De-Hoven-schaft-alle-regels-af-in-ouderenzorg.htm
Wie wil meedenken over passende arrangementen in zorg en welzijn?
In een breed samengestelde groep van professionals uit zorg en welzijn willen we op grond van een beschrijving van een persoon een menukaart maken van zorg, welzijn en ontspanning die voor deze persoon passend zou kunnen zijn. Frieslab wil de menukaart uiteindelijk aan de betreffende klant voorleggen. Hierdoor ontstaat zicht op de keuzes die mensen maken. Bovendien kunnen wij zien of de gemaakte keuze afwijkt van de zorg en ondersteuning die klanten nu krijgen.
Bent u verpleegkundige, begeleider, maatschappelijk werker, cliëntondersteuner, welzijnswerker, huisarts, indicatie adviseur of op een andere manier nauw betrokken bij mensen die zorg nodig hebben?
Doe dan mee en meld u aan voor de expertmeetings van Frieslab die in samenwerking met de Rijksuniversiteit van Groningen georganiseerd worden.
Natuurlijk kunt u de oproep ook mailen aan collega's en bekenden die mee willen denken.
Meer informatie? http://www.frieslab.nl/wp-content/uploads/2011/05/experts-gezocht.pdf
De randen van Nederland lopen leeg. Vooral jongeren en hoger opgeleiden trekken weg. Scholen, verenigingen, buslijnen en winkels verdwijnen, zorg voor zieken en ouderen kalft af. Woningen komen leeg te staan en moeten op grote schaal worden gesloopt. Lekker laten leeglopen, die krimpgebieden? Of moet heel het land meebloeden om regio’s als Oost-Groningen, Zuid-Limburg en Zeeland leefbaar te houden?
In steeds meer buurten en dorpen dreigt verpaupering door ontvolking. Vertrouwde dorpsgezichten en karakteristieke buurten gaan daardoor de komende jaren voorgoed verloren. Ooit kinderrijke wijken lopen leeg. Het wordt stil op straat. De bewoners die blijven rest de worsteling. Met de zoektocht naar een nieuwe identiteit en manieren om de buurt tegen de stroom in toch enigszins leefbaar te houden.
Gaan we de leegloop te lijf? Zo ja, hoe dan? En wie draait op voor de gigantische kosten? Moet de groeiende Randstad, waar nog steeds miljarden worden geïnvesteerd in infrastructuur, cultuur, onderwijs en zorg, meebetalen om de krimpregio’s leefbaar te houden? Moeten we duizenden overheidsbanen overplaatsen naar gebieden die kampen met weglekkende bedrijvigheid als gevolg van krimp? Vergt krimp ontwikkelingshulp in eigen land?
We kunnen de leegloop ook accepteren. Omdat er toch niks tegen te doen is. En elke euro in de strijd tegen de krimp weggegooid geld is. Maar is dat niet asociaal, de randen van Nederland aan hun lot overlaten? Of is het juist goed? Want misschien zijn de mensen in de krimpregio’s prima in staat zelf hun dorp of buurt leefbaar te houden. Er zijn her en der al hoopgevende initiatieven van burgers die het krimpspook creatief en krachtig te lijf gaan.
Kramp over de krimp: een angstaanjagende dreiging of een unieke kans op een nieuwe toekomst voor de randen van Nederland? Daarover een discussie, live in Rondom 10, met pessimisten en optimisten uit stad en platteland.
Bron: http://rondom10.ncrv.nl/pagina/bevolkingskrimp-crisis-of-kans
Veel kinderen en jongeren leven ongezond: ze zitten veel en eten weinig groente en fruit. Toch zien de meeste ouders van jonge kinderen geen noodzaak om hun kind meer beweging en gezondere voeding aan te bieden. Ouders vinden al die aandacht voor gezond gewicht wel goed, maar doen er in de praktijk onvoldoende mee.
Nulmeting
Dat zijn de uitkomsten van de nulmeting die het Convenant Gezond Gewicht heeft laten uitvoeren door TNO. De monitor toont aan dat slechts 1 op de 5 ouders het nodig acht om hun kinderen meer te laten bewegen en maar een kwart van de ouders vindt dat hun kinderen gezonder moeten gaan eten. Tweederde van de volwassenen eet zelf ook onvoldoende groente en fruit. Goed nieuws is wel dat bijna alle kinderen en jongeren en driekwart van de volwassenen dagelijks ontbijten. Vanaf nu zal jaarlijks een meting worden uitgevoerd, om de hoofddoelstellingen en activiteiten van het Convenant Gezond Gewicht te evalueren.
Stimulans
Volgens Convenantvoorzitter Paul Rosenmöller onderstrepen de resultaten de noodzaak van blijvende aandacht voor overgewicht en de voorbeeldfunctie van ouders en de omgeving, zodat kinderen en jongeren overal gestimuleerd worden om gezond te eten en voldoende te bewegen. Het convenant draagt hier aan bij door middel van het programma JOGG (Jongeren Op Gezond Gewicht) dat inmiddels in 6 gemeenten loopt. Daarnaast blijft het convenant zich onverminderd inzetten om gezond gedrag bij kinderen, jongeren en hun ouders te stimuleren. Dit wordt onder andere gedaan door het bevorderen van gymlessen en gezonde kantines op scholen en sportverenigingen, het consumenten gemakkelijker maken om in winkels en de horeca te kiezen voor gezond eten en aandacht voor een gezonde leefstijl op het werk. Het Convenant Gezond Gewicht is een uniek samenwerkingsverband van 27 partijen, afkomstig van (Rijks- en lokale) overheden, het bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties die zich gezamenlijk inzetten om de stijgende trend van overgewicht en obesitas om te buigen in een daling.
Bron: www.nisb.nl
In 2008 adviseerde de Nationale DenkTank over jeugdgezondheid. De DenkTank adviseerde gemeenten om de preventieve jeugdgezondheidszorg integraal aan te pakken. Onder de naam ‘De Gezondheidsfabriek’, hebben oud-deelnemers Ewout Jansen en Ischa van Straaten dat advies voor gemeenteconsultant Seinpost verder uitgewerkt.
Een handige toolkit voor jeugdbeleid
De Gezondheidsfabriek bestaat uit een uitgebreide scan van de huidige gezondheid en leefstijl van kinderen en jongeren in een gemeente, waarna de gemeente van een menukaart succesvolle interventies de meest relevante voor haar situatie kiest. Daarnaast zit de kracht van het concept in het samenstellen van een stuurgroep van personen met een zeer diverse achtergrond: van huisarts tot bakker, van schooldirecteur tot voetbaltrainer. Zij vertegenwoordigen de belangrijke actoren in de omgeving van kinderen en jongeren en kunnen daarom een waardevolle bijdrage leveren aan de inhoud en uitvoering van het gezondheidsbeleid. Zo is de Gezondheidsfabriek een soort toolkit voor het kiezen, bundelen en afstemmen van jeugdinterventies op gemeentelijk niveau.
Na het eindadvies van de DenkTank is Seinpost geheel zelfstandig met de implementatie aan de slag gegaan. Als programmaleider is Marlous Merkus aangesteld. Geheel toevallig is zij een goede bekende van de DenkTank; bij Zorggroep Almere implementeerde Merkus al de T-Party, een ander DenkTank-idee uit 2008.
Seinpost heeft de Gezondheidsfabriek inmiddels in haar gereedschapskist voor adviezen over jeugdgezondheidsbeleid. Zie voor meer informatie de website: www.gezondheidsfabriek.com.
Bron: 14 april 2011
De aanpak van overgewicht, ook wel obesitas genoemd, werkt het beste als die op kinderen én ouders is gericht. Dat concludeert Rimke Vos in haar onderzoek, waarop zij 7 april promoveert aan de Universiteit Leiden.
Overgewicht heeft grote gevolgen voor de schoolprestaties en de sociale ontwikkeling van kinderen. Te dikke kinderen hebben vaak minder zelfvertrouwen dan hun leeftijdgenoten met een normaal gewicht. De meeste kinderen blijven ook als zij volwassen zijn te zwaar, wat weer een gezondheidsrisico met zich meebrengt.
De geschiktste aanpak voor overgewicht bij kinderen is volgens Vos een groepsbehandeling die bestaat uit een aantal sessies, verzorgd door een diëtiste, een fysiotherapeut en een gezondheidspsycholoog. De bijeenkomsten gaan over voeding, beweging en verbetering van het zelfvertrouwen. Voor de ouders zijn er bijeenkomsten over dezelfde onderwerpen.
Meer informatie: Bericht Universiteit Leiden
Bron: Universiteit Leiden
De Raad van Bestuur en de medische staf van de Ommelander Ziekenhuis Groep (OZG) hebben nogmaals hun voorkeur uitgesproken voor de bouw van een nieuw ziekenhuis in Zuidbroek. Gedeputeerde William Moorlag ontving onlangs een brandbrief van de OZG. Hierin staat vermeld dat onderzoek van de OZG heeft uitgewezen dat samenwerking met hotelketen Van der Valk, grote verschillen aan het licht brengt. Dusdanige verschillen zelfs dat de bouw van een nieuw ziekenhuis in Zuidbroek niet genegeerd kan worden. Provinciale Staten liet eerder weten alleen Scheemda West te zullen steunen, tenzij de OZG haar eerdere beweringen over de financiële gegevens kan onderbouwen met berekeningen.
Met name de ontwikkelingen in de medische en overheidswetgeving, laat de Raad van Bestuur van de OZG geen andere keuze dan te vertrekken uit het centrum van Winschoten. De medische wetenschappelijke verenigingen bepalen namelijk steeds meer het minimum aantal operaties die een specialist per jaar voor bepaalde operaties moet verrichten. Worden deze aantallen niet gehaald, dan mag de specialist de ingrepen niet meer doen. De Inspectie voor de Volksgezondheid handhaaft deze regelgeving en verbiedt ziekenhuizen nog langer de operaties uit te voeren. Een voorbeeld van deze operaties zijn borstkankeroperaties (waarvoor de OZG, als enige ziekenhuis in de provincie Groningen, onlangs het TopZorg predicaat van zorgverzekeraar Menzis ontving).
Nog dit jaar zullen er ook normen voor het uitvoeren van bevallingen en anesthesie worden vastgesteld.
Samenwerking
In dunbevolkte en krimpgebieden zoals in Noord-Oost Groningen, wordt het steeds moeilijker de verplichte aantallen verrichtingen te halen. Reden waarom het Delfzicht ziekenhuis en het Lucas ziekenhuis zijn samengegaan in de Ommelander Ziekenhuis Groep. Daarom wil het Refaja ziekenhuis binnenkort graag een fusie met de OZG. De Provincie Groningen, zorgverzekeraar Menzis, Zorgbelang Groningen (alle patiëntenorganisaties), het Refaja ziekenhuis en de OZG hebben eensgezind een zorgvisie-notitie opgesteld. In deze notitie wordt beaamd dat er een nieuwe locatie moet komen aan de A7 die centraal in de regio ligt en goed bereikbaar is vanuit de regio’s Delfzijl, Stadskanaal en Groningen (i.v.m. de samenwerking met het UMCG). Op deze locatie dient de afdeling Intensive Care (IC) te komen en dienen de complexe operaties te worden uitgevoerd. Het aantal verplichte operaties per jaar zal in de huidige situatie (alle operaties verdeeld op de locaties in Delfzijl, Stadskanaal en Winschoten) niet gehaald worden. Dit betekent dat de 2e lijns gezondheidszorg ofwel de ziekenhuiszorg, in Noord-, Oost- en Zuid-Groningen gaat verdwijnen. Oost-Groningen heeft echter het recht op een kwalitatief hoogwaardige (streek)ziekenhuisorganisatie met meerdere locaties, vertrouwd dichtbij. In de zorgvisie-notitie van de samenwerkende partijen, blijven de huidige locaties in Delfzijl en Stadskanaal open en blijven de poliklinieken, de spoedeisende hulp en belangrijke delen van kliniek en dagverpleging bestaan. Patiënten zullen voor eenmalige ingrepen naar de nieuwe locatie aan de A7 moeten reizen.
Bereikbaarheid
Diverse onderzoeken hebben aangetoond dat in verband met de bereikbaarheid van locatie Lucas en de steeds meer toenemende parkeerproblematiek (ondanks de aangebrachte verbeteringen) de beste optie is te verhuizen naar een centrale locatie aan de A7 in Zuidbroek. Naast een goede bereikbaarheid, die essentieel is voor de samenwerking met de ziekenhuizen in Delfzijl, Groningen en Stadskanaal, is een goede parkeergelegenheid eveneens van groot belang.
2,5 miljoen voordeel per jaar
Ook zeer belangrijk zijn de berekeningen van de OZG. Deze laten zien dat de bouw van een nieuwe ziekenhuislocatie in Zuidbroek, per jaar minstens 2,5 miljoen euro voordeel oplevert dan het bouwen van een ziekenhuis in Scheemda West. De voordelen zitten met name in de innovatieve samenwerking met het Van der Valk concern, die uniek is in Nederland. Deze samenwerking leidt niet alleen tot goedkopere zorg, maar zelfs tot betere en luxere zorg.
Mede gezien het feit dat de OZG door bezuinigingen van het ministerie van VWS haar inkomsten per jaar met 5% ziet teruglopen op een totaalbedrag van 95 miljoen euro, is 2,5 miljoen heel veel geld.
De Raad van Bestuur van de OZG hoopt op korte termijn opnieuw in gesprek te gaan met gedeputeerde Moorlag om de recente onderzoeksresultaten te bespreken.
Op 3 maart j.l. vond de officiële aftrap plaats van het project Zorgarbeidsinnovatie. Het project richt zich op operationele managers in de zorg. Deze zorgprofessionals sturen het dagelijkse werk op een (verpleeg-, zorg- of behandel-) afdeling als zorgregisseur, teamleider, teamcoördinator, zorgcoördinator, zorgmanager, zorgketen regisseur of afdelingshoofd. Zij moeten bemiddelen tussen de belangen van de cliënt (kwaliteit en veiligheid van de geleverde zorg), van de organisatie (kostenefficiënte levering van de zorg) en van hun medewerkers (die belang hebben bij veilig, gezond en uitdagend werk). Het is niet altijd even gemakkelijk om daarin een goede balans te vinden.
De doelstelling van het onderzoeksproject is om het handelingsrepertoire van de operationele zorgmanager te vergroten op het gebied van duurzame inzetbaarheid en van overdrachten. Op het gebied van duurzame inzetbaarheid worden samen met operationele zorgmanagers instrumenten ontwikkeld voor:
• competentieontwikkeling op teamniveau
• werkdrukbeheersing op teamniveau
• werk- en taakverdeling (slim organiseren) op teamniveau
Op het gebied van overdrachten wordt een instrument ontwikkeld voor flexibele standaardisatie van overdrachten.
De kick off bestond uit presentaties van dr. Jac Christis en ir. Ko Henneman, directeur van Healthy Ageing Network Noord Nederland (HANNN). Het onderzoeksproject is een samenwerking van Hanzehogeschool Groningen, het Kenniscentrum Arbeid en het Kenniscentrum CaRES, het Zorg Innovatie Forum, het netwerk Zorgarbeidsinnovatie en de V&VN. Het project wordt mede mogelijk gemaakt door € 289.690 subsidie van de Stichting Innovatie Alliantie.
Voor meer informatie kan contact opgenomen worden met dr. J.H.P. Christis, lector Arbeidsorganisatie en Arbeidsproductiviteit aan de Hanzehogeschool, telefoonnummer: 050-5952133
Het Masterprogramma en de ontwikkelingen rondom het Masterprogramma zijn te volgen via twitter onder de naam 'ZorgvdToekomst'
Klik op 'lees meer' voor meer informatie